Groentips & Groeninfo

Oud?

 

Bij het opruimen van een zolderkast bij mijn vader stuitten we bij toeval op een oud tijdschriftje. Her en der lagen er nog diverse en voor ik het wist was ik de gelukkige eigenaresse van een hele jaargang van                     "De wandelaar in weer en wind” een maandelijks magazine uit 1951.
Prachtige verhalen staan er in deze uitgaves, over natuurleven, landschap, volkskunde, reizen en buitensport. Alles verteld in de bloemrijke taal van de vijftiger jaren. Een foto camera wordt bijvoorbeeld omschreven als, een donker kastje met een glazen oog dat een werktuig wordt in de handen van hem, die iets wil scheppen wat ook medemensen vreugde kan brengen. Ga er maar aanstaan.
In iedere uitgave is er ook een hoofdstuk genaamd “Tuin- en Kamerplanten”. Ene meneer Henk van Gameren schrijft hierin lyrische stukjes over planten. Zo ook in het novembernummer en wel over de goudsbloem, wat zo’n dankbare plant is omdat, ik citeer, wanneer de nachtvorst een einde heeft gemaakt aan de glorie van oost-indische kers, dahlia en afrikaan de goudsbloem nog zo dapper doorbloeit. Nu, daar heeft de beste man wel een punt, want ook nu staan er in mijn tuin nog volop van die oranje rakkers te bloeien en samen met de knalrode bottels van een belendende roos is het zelfs bij druilweer een fleurig gezicht.
Terug naar mijn “Wandelaar”. Ik blader in het decembernummer. In deze uitgave geen tuinplanten, maar een leuk artikel genaamd Winterimpressies. Dit is, volgens de schrijver, de tijd dat de natuur schijndood is en mensen bij de warme kachel zitten, gewapend met pantoffels en een goed boek. Wel jammer vindt hij, want nu “missen zij de schoonheid van het zwerven in Gods vrije natuur”. Hij gaat er dan ook op uit, gewapend met camera, kijker en schetsboek. Die schetsen zijn ook in zijn artikel te bewonderen, met daarnaast een enkele, (uiteraard zwart/wit) foto. Hij kijkt naar de bomen, ziet heksenbezems, veroorzaakt door de zakjeszwam. Hij tekent de knoppen van de bomen in hun verschillende verpakking van schubben, haren of hars. Hij beschrijft de hazelaar en de els waar vooral de mannelijke katjes “als stijve kleumse vingertjes” aan de takken hangen.
Aan het eind van zijn verhaal, roept hij iedereen op om toch vooral ook in de winter er op uit te gaan en gelijk heeft hij. Wij met onze cv, tv en internet verbinding, wij trekken er in dit jaargetijde (en misschien ook wel in de zomer) veel te weinig op uit. Wat weten we nog van al die bloemen die in de wegberm bloeien? Of welke vogels hier wel of niet overwinteren? Wie van ons kijkt er nog naar de knoppen van de bomen? Wij mopperen liever over gladde wegen, mist, kou of wind. Ik ga mijn leven beteren en trek er van de winter lekker op uit. U ook?

Ik wens u fijne feestdagen en spreek u weer in februari.

Jeanette.

meer

 

 

 

17
Sep
Plumeria: een kostbaar bezit - Blik op de Tuin no. 919
11
Sep
TOMATENOOGST