Groentips & Groeninfo

Voorjaarsronde.

Ieder jaar heb ik hetzelfde dilemma. Wanneer moet ik met de schoonmaak beginnen. Daarmee bedoel ik niet het fenomeen waarbij de huisvrouwen vroeger (en misschien ook nu nog wel?) het hele huis onderste boven haalden en alles grondig poetsten. Daar ben ik, tot ergernis van mijn moeder, nooit aan begonnen. Nee, ik bedoel natuurlijk de schoonmaak in de tuin! Wanneer haal ik alle overtollige takken en plantendelen uit de borders, die daar de hele winter hebben gelegen?
Ben ik te vroeg, dan lijden alle planten die net hun kopjes boven de grond steken flink onder de kou, nadat hun warme deken weg is. Ben ik te laat, dan vind ik onder het winterdek allerlei rare kronkelige lichtgroene of zelfs gele stelen van planten die een weg naar het licht hebben gezocht. Ik vind het altijd moeilijk hier de gulden middenweg in te vinden, want zodra het in het voorjaar wat beter weer wordt sta ik altijd te popelen om aan de slag te gaan.
Het is heel veel werk die eerste ronde, die ik op mijn knieën met mijn schrepeltje afleg, omdat ik met de schoffel te veel opkomende bollen onthoofd. Ik heb uitgerekend dat één ronde zo’n 200m² is en dat betekend een aantal weken elke dag een stuk wieden. Nog een extra reden om op tijd te starten is het speenkruid of  Ranunculus ficaria. Toen wij 7 jaar geleden ons huis betrokken zag de tuin, dat eerste voorjaar, geel van deze plantjes. Overal waar je keek groeide het als “haar op de hond”. Nu heb ik, mits groeiend op de juiste plaats, helemaal niks tegen speenkruid. Ik vind het een leuk plantje dat zich slim voorziet van nageslacht door zich op drie manieren voort te planten. Het zaad, de wortelknolletjes en de broedbolletjes in de bladoksel, allemaal vormen ze nieuwe plantjes zodra ze de kans krijgen. De strijd om dit gele monstertje uit mijn borders te bannen duurt dan ook tot op heden en regelmatig steekt het nog weer de kop op, het liefst midden in een pol Phloxen of zo. Gelukkig verdwijnt het blad aan het eind van het voorjaar, waardoor het de rest van het jaar niet opvalt, maar ik weet wat er in de grond ligt te wachten voor een nieuwe aanval volgend jaar.
Mijn tweede plaaggeest is de vogelmelk of Ornithogalum, die ook werkelijk overal zijn kop op steekt. Op een paar gedoogplaatsen na, wil ik ook dat graag kwijt. Als het bloeit is het prachtig en ik weet dat er mensen zijn die zelfs van die bolletjes kopen, maar ik word er niet vrolijk van. Ook dit loof verdwijnt na het voorjaar, maar voor die tijd komt het sliertige donkergroene blad tot zelfs aan de voet van mijn beukeboom tevoorschijn. Met mijn onkruidsteker wip ik bolletje voor bolletje van tussen de mansoor (Asarum) de Cyclaampjes en de gebroken hartjes ( Dicentra formosa), een heel vervelend en tijdrovend klusje. Emmers vol delf ik er zo ieder jaar op. Extra vervelend is dat je bij dit plantje het blad zo makkelijk lostrekt van de bol, die je daarna haast nooit meer kunt vinden met als gevolg dat er volgend jaar weer zo’n wit bloemetje tussen mijn lelietjes van dalen staat.
Gelukkig ben ik nu bijna klaar met mijn eerste ronde. Nog een weekje of zo en als het dan eens een mooie dag is, doe ik even helemaal niks en geniet van alles wat er groeit en bloeit in mijn “bijna” onkruid vrije borders.

Jeanette

meer

 

 

 

18
Jun
Het begin
18
Jun
Tuinieren op een balkon, op 10 hoog